Maandelijks archief: juli 2016

Over grenzen

Als student hield ik me niet veel bezig met politiek. In het veilige Nederland van de jaren 90 was dat ook niet nodig. Achteloos hielp ik Groen Links of D’66 aan hun zetels, het progressieve hart klopte volop. Tolerantie betekende voor mij dat alles moest kunnen en dat iedereen welkom was. Met een hippie-achtig motto als ‘leven en laten leven’ stond ik open voor mensen van alle gezindten. Dat hield ik jaren vol. Overigens ontmoette ik mijn medelanders zelden, mijn kringetje bleef onbedoeld erg Nederlands. Feitelijk leefden we langs elkaar heen.

 Als dertiger verhuisde ik naar een uitgesproken witte wijk met een overschot aan bejaarden. Ook daar deelde ik de idealen van Femke Halsema en kereltje Pechtold. Mijn culturele ergernissen bleven beperkt tot een lelijke satellietschotel aan mijn appartementencomplex. Verder was het onbekommerd wonen. Een hartelijke, links georiënteerde houding kostte nog steeds weinig moeite.

Begin veertig verhuisde ik naar een multiculturele wijk en kreeg voor het eerst in mijn leven te maken met buren afkomstig uit een Noord-Afrikaans land. Samen met mijn partner wilde ik met hen kennismaken (dat hadden we  vroeger zo geleerd) en nodigde hen hartelijk uit voor een samenzijn. Dat was het begin van een opstapeling van misverstanden. Want het bleek ondenkbaar dat wij met zijn vieren samen iets zouden drinken. Dat deden zij niet in hun cultuur, hoe konden we het vragen. En mevrouw verliet bovendien nooit haar huis, zo merkten we daarna. Toen we dan meneer maar uitnodigden, zaten we vervolgens een halve avond te wachten op zijn komst. Geen spoor van hem, helaas. Later werd dit afgedaan met een half excuus. De gezelligheid onder de buren was ver te zoeken. Het contact bleef een beleefd groeten met een kort gesprekje nu en dan. Met meneer, want mevrouw die zag je niet, of probeerde je niet te zien als ze iets in de kliko wierp terwijl je langsliep.

Grenzend aan ons wijkje was de bushalte. Hier reed de bus naar de grote stad. Het was wennen, om regelmatig de enige passagier te zijn zonder hoofddoek. Ook bij de lokale supermarkt vormde ik opeens een minderheid. Dat voelde best gek. Toch had ik het motto ‘leven en laten leven’ nog steeds hoog in het vaandel. Met vriendelijkheid kom je nu eenmaal verder, dacht ik.

Helaas bleef ik een onzichtbare muur ervaren tussen mij en mijn islamitische dorpsgenoten. Op de een of andere manier kwam het niet tot stand. Tegelijkertijd drong de ander cultuur zich aan me op. Voor de verhuizing had ik me verheugd op het zonnen in de achtertuin. Maar langzaam maar zeker voelde ik me (te) ontkleed als ik dit probeerde. Voorafgaand aan een bezoek aan de supermarkt werd ik me bewust van (te) blote lichaamsdelen, iets waar ik me nog nooit eerder druk over had gemaakt. De hoofddoeken en gewaden wierpen een schaduw over mijn vrije gevoel. En ik trok regelmatig een jasje aan.

Tot zover bleef het binnen de perken, al gaf het ongemak. En misschien gaf het wel meer. Dit wederzijdse onbegrip en grenzeloze tolereren wat we als Nederlands zo lang hebben gedaan, is mogelijk een grondslag voor alle frustratie en verwijdering tussen de verschillende groepen. En niet alleen in Nederland.

Want nu, nu staat de wereld in brand. Boze mannen blijken ons, westerlingen, te haten uit naam van hetzelfde geloof als mijn buren. Ze hakken hoofden af en steken met messen. Zetten kleine kinderen aan tot moord. Drijven met gemene aanslagen Europa uiteen, opdat het instort van ellende. De aanvallen zijn grootscheeps en kleinschalig. Elke dag gebeurt er wel wat. Je wordt er knap beroerd van. Je wordt er hartstikke bang van. En het lijkt overal te zijn. Zelfs in een vakantiepark waren onschuldige (blote) benen niet veilig voor de strijders van (naar eigen zeggen) Allah.

Blote benen in het park. Daar was de grens. 

De angst, die de afgelopen weken telkens was gegroeid, maakte plaats voor boosheid. Blote benen in een vakantiepark. Ja dûh! Nu is het genoeg! Dit is het keerpunt!

En daarom een oproep, niet uit extremiteit, maar wel uit de grond van mijn hart:

Respect voor wie wij zijn. Wij hebben ook onze cultuur en in die cultuur kun je in een tennisrokje naar het sportpark fietsen zonder te moeten vrezen voor je leven of gezondheid. En kun je aan het strand liggen als je daar zin in hebt. En ben je als vrouw veilig, al liep je in je nakie over straat. Kom niet aan onze waarden, waar we groot mee zijn geworden. En als je dat niet aanstaat, ga dan je dan ergens anders uitleven. Je bent niet welkom met je haat en je zwarte geest.

Nederland en Europa zijn groot geworden in vrijheid en verdraagzaamheid. In die vrijheid en verdraagzaamheid willen we leven. En desnoods vechten we daarvoor.

Nu nog de weg vinden naar mijn buurman, die misschien wel net zo bang of boos is als ik…