Kerstgedachten

Op dit moment heeft Tijn, het ongeneeslijk zieke jongetje, 1.301.024 euro binnengehaald voor het Rode Kruis. De hulpverleners kunnen hier ruim 325.000 kinderen mee helpen, die anders mogelijk zouden overlijden aan longontsteking. De getallen zijn indrukwekkend, je wordt er stil van. De teller loopt overigens nog door, want het is pas vrijdag 23 december.

Het positivisme werkt aanstekelijk. Mannen lakken hun nagels in allerhande kleuren en dagen elkaar uit. Social media ontploffen door het zwaan-kleef-aan principe. Op het nieuws biedt de berichtgeving, tussen de terroristische aanslagen door, een welkome afleiding. Wat een briljant idee van vader en zoon. De boodschap is helder: het is nooit te laat, ieder leven telt en elke minuut kun je je leven invulling geven. Beiden dagen je uit dat ook te doen. En we doen het. We antwoorden in grote mate. We zijn geraakt door het bittere lot van een kind dat zelfs in zijn beroerde situatie aan anderen blijft denken.

Hoe anders is de leefwereld van vele fanatieke strijders, overwegend mannen maar ook steeds meer vrouwen, die op dit moment hun duistere zaakjes aan het plannen zijn. Zij zoeken de dood, het verderf en eeuwenoude wraak. Hun hoofden zijn zwart van het gif en van de walging van Westerse waarden. Zij willen de Europeaan laten lijden, zoals hun volk dat jarenlang heeft gedaan. Hun interpretatie van de Koran bestaat uit kille oordelen en levensbedreigende wetten. In hun harten is geen vergeving, geen vreugde, geen warmte. Ze slepen zelfs kinderen mee in hun haat. Kinderen die te vroeg, veel te vroeg, op het slagveld terechtkomen. Murw raken van de dode lichamen en het eindeloze geweld. Afstompen en zelf verworden tot moordmachines.

Vanuit je luie stoel achter je bak chips is het gemakkelijk oordelen. Weg ermee. Het is allemaal tuig en tuig daar moet je korte metten mee maken. Die willen we hier zeker niet. Terug die grensbewaking en een hek om Europa. Toch?

De vraag is of dat je veel zal helpen. Deze kinderen groeien op dit moment op in steden als Aleppo. Steden waar geen gebouw zonder schade is en geen familie zonder drama. Waar geen school is of hoogst onregelmatig, geen verjaardagsfeestjes, geen Nintendo, geen Ipad en geen Nutella. Het begrip ‘veilig’ is volledig aan hen voorbij gegaan. Ze zijn getuige van dagelijks geweld en weten dat de wereld toekijkt via Twitter en TV.  Wat doet dat met een mens? Wat doet dat met een kind? Hoe ontstaat haat?

En hoe breng je vrede? Hoe kantel je de vernietigingszucht? En waar begin je in hemelsnaam?

Denk nog even aan de challenge van Tijn en zijn vader. Hun richtbedrag was bij de start van de actie 100 euro. Door frank en vrij nagels te lakken hebben zij aan het einde van dit stukje inmiddels 1.339.382 euro opgehaald. En de actie loopt nog een dag… Wat leert Tijn ons? Van een kleine fijne gedachte kun je iets heel groots en iets heel moois maken. Zo’n gedachte delen, brengt verbinding tussen jou en de ander. Waar verbinding is, krijgt haat minder kans. Vriendelijk zijn en open staan voor anderen heeft zin.

Zelfs al leef je je laatste dag.

Vrolijk kerstfeest!

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over grenzen

Als student hield ik me niet veel bezig met politiek. In het veilige Nederland van de jaren 90 was dat ook niet nodig. Achteloos hielp ik Groen Links of D’66 aan hun zetels, het progressieve hart klopte volop. Tolerantie betekende voor mij dat alles moest kunnen en dat iedereen welkom was. Met een hippie-achtig motto als ‘leven en laten leven’ stond ik open voor mensen van alle gezindten. Dat hield ik jaren vol. Overigens ontmoette ik mijn medelanders zelden, mijn kringetje bleef onbedoeld erg Nederlands. Feitelijk leefden we langs elkaar heen.

 Als dertiger verhuisde ik naar een uitgesproken witte wijk met een overschot aan bejaarden. Ook daar deelde ik de idealen van Femke Halsema en kereltje Pechtold. Mijn culturele ergernissen bleven beperkt tot een lelijke satellietschotel aan mijn appartementencomplex. Verder was het onbekommerd wonen. Een hartelijke, links georiënteerde houding kostte nog steeds weinig moeite.

Begin veertig verhuisde ik naar een multiculturele wijk en kreeg voor het eerst in mijn leven te maken met buren afkomstig uit een Noord-Afrikaans land. Samen met mijn partner wilde ik met hen kennismaken (dat hadden we  vroeger zo geleerd) en nodigde hen hartelijk uit voor een samenzijn. Dat was het begin van een opstapeling van misverstanden. Want het bleek ondenkbaar dat wij met zijn vieren samen iets zouden drinken. Dat deden zij niet in hun cultuur, hoe konden we het vragen. En mevrouw verliet bovendien nooit haar huis, zo merkten we daarna. Toen we dan meneer maar uitnodigden, zaten we vervolgens een halve avond te wachten op zijn komst. Geen spoor van hem, helaas. Later werd dit afgedaan met een half excuus. De gezelligheid onder de buren was ver te zoeken. Het contact bleef een beleefd groeten met een kort gesprekje nu en dan. Met meneer, want mevrouw die zag je niet, of probeerde je niet te zien als ze iets in de kliko wierp terwijl je langsliep.

Grenzend aan ons wijkje was de bushalte. Hier reed de bus naar de grote stad. Het was wennen, om regelmatig de enige passagier te zijn zonder hoofddoek. Ook bij de lokale supermarkt vormde ik opeens een minderheid. Dat voelde best gek. Toch had ik het motto ‘leven en laten leven’ nog steeds hoog in het vaandel. Met vriendelijkheid kom je nu eenmaal verder, dacht ik.

Helaas bleef ik een onzichtbare muur ervaren tussen mij en mijn islamitische dorpsgenoten. Op de een of andere manier kwam het niet tot stand. Tegelijkertijd drong de ander cultuur zich aan me op. Voor de verhuizing had ik me verheugd op het zonnen in de achtertuin. Maar langzaam maar zeker voelde ik me (te) ontkleed als ik dit probeerde. Voorafgaand aan een bezoek aan de supermarkt werd ik me bewust van (te) blote lichaamsdelen, iets waar ik me nog nooit eerder druk over had gemaakt. De hoofddoeken en gewaden wierpen een schaduw over mijn vrije gevoel. En ik trok regelmatig een jasje aan.

Tot zover bleef het binnen de perken, al gaf het ongemak. En misschien gaf het wel meer. Dit wederzijdse onbegrip en grenzeloze tolereren wat we als Nederlands zo lang hebben gedaan, is mogelijk een grondslag voor alle frustratie en verwijdering tussen de verschillende groepen. En niet alleen in Nederland.

Want nu, nu staat de wereld in brand. Boze mannen blijken ons, westerlingen, te haten uit naam van hetzelfde geloof als mijn buren. Ze hakken hoofden af en steken met messen. Zetten kleine kinderen aan tot moord. Drijven met gemene aanslagen Europa uiteen, opdat het instort van ellende. De aanvallen zijn grootscheeps en kleinschalig. Elke dag gebeurt er wel wat. Je wordt er knap beroerd van. Je wordt er hartstikke bang van. En het lijkt overal te zijn. Zelfs in een vakantiepark waren onschuldige (blote) benen niet veilig voor de strijders van (naar eigen zeggen) Allah.

Blote benen in het park. Daar was de grens. 

De angst, die de afgelopen weken telkens was gegroeid, maakte plaats voor boosheid. Blote benen in een vakantiepark. Ja dûh! Nu is het genoeg! Dit is het keerpunt!

En daarom een oproep, niet uit extremiteit, maar wel uit de grond van mijn hart:

Respect voor wie wij zijn. Wij hebben ook onze cultuur en in die cultuur kun je in een tennisrokje naar het sportpark fietsen zonder te moeten vrezen voor je leven of gezondheid. En kun je aan het strand liggen als je daar zin in hebt. En ben je als vrouw veilig, al liep je in je nakie over straat. Kom niet aan onze waarden, waar we groot mee zijn geworden. En als je dat niet aanstaat, ga dan je dan ergens anders uitleven. Je bent niet welkom met je haat en je zwarte geest.

Nederland en Europa zijn groot geworden in vrijheid en verdraagzaamheid. In die vrijheid en verdraagzaamheid willen we leven. En desnoods vechten we daarvoor.

Nu nog de weg vinden naar mijn buurman, die misschien wel net zo bang of boos is als ik…

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

De lucht in

lucht 2

Een website is een uitdaging. Want wanneer is ze af? Wanneer zijn de teksten, de beelden en vooral ook de bouwer op orde? Eindeloos kun je knutselen aan thema’s en lay-out. Telkens weer zie je iets dat net even mooier en smoother is. Wanneer ben je er klaar voor? Uit onzekerheid blijf je dralen en schuif je het online gaan voor je uit. Een boek heeft tenminste een deadline. Als het bij de drukker is, ben je klaar.

Een website is een heerlijk instrument. Het is nooit af en daarom altijd in beweging. De site staat synoniem voor leven en groei. Je kunt geen echte fouten maken, of er is wel een update voor beschikbaar. Een website nodigt uit tot spelen en uitproberen. Je kunt vorm en inhoud net zo presenteren als jij dat wil. En als je inzichten veranderen met de tijd, verander je de site met je mee.

Een website is maar een website. De synoniemen voor het leven zijn makkelijk in te vullen. Wat doe jij, blijf je bij de eerste druk met af en toe een ingrijpende herdruk als het echt niet anders meer kan? Of sta je jezelf regelmatig een verfrissende update toe?

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone